> 0.1

De nationale bevrijdingsrok

Het idee achter de nationale feestrok.

Adrienne Minette (Mies) Boissevain-van Lennep (1896-1965) was een Amsterdamse verzetsstrijdster. Zij raakte betrokken bij de opvang van joodse vluchtelingen uit nazi-Duitsland. Ook was zij betrokken bij het in veiligheid brengen van joodse kinderen tijdens de oorlog. Ondanks haar goede werk bracht de oorlog haar veel ellende. Zowel twee van haar eigen kinderen alsook haar man kwamen in concentratiekampen tijdens de oorlog om het leven. Ook zijzelf ontkwam niet aan gevangenschap. Zij verbleef onder meer in de vrouwengevangenis in Amsterdam, waar zij het dasje in handen kreeg waarop later het idee van de feestrok gebaseerd werd. Vervolgens verbleef ze in Vught en in Ravensbrück, waar zij tot aan drie keer toe aan de gaskamers ontkwam. Eind april 1945 werd ze sterk vermagerd en ziek met een ziekentransport van het Rode Kruis naar Zweden gebracht. Enkele maanden later keerde ze naar Nederland terug. Vol energie, in gewicht toegenomen en mentaal ongebroken ging Mies resoluut met haar idee van de nationale feestrok aan de slag.

 

                                    

 

De symboliek achter de feestrok.

Tijdens haar gevangenschap had Mies de waarde van solidariteit onder de kampvrouwen ervaren, evenals eenheid ondanks verscheidenheid. Ze wilde dit uitdragen in de vorm van een herinnering aan de bevrijding.

In de gevangenis in Amsterdam kreeg ze een dasje dat via de schone was naar binnen gesmokkeld was in handen. Het bestond uit een aantal door een vriendin aan elkaar genaaide lapjes (patchwork) van familieleden en kennissen. Elk lapje vertegenwoordigde voor Mies een speciale herinnering. Zo ontstond haar idee om alle vrouwen na de bevrijding een zogenaamde feestrok, een rok als symbool van saamhorigheid, te laten dragen. Tevens zou het naaien van zo'n rok afleiding kunnen geven om het oorlogsleed te verzachten of te verwerken. Een kleurige rok, -een typisch vrouwelijk kledingstuk- gemaakt van allerlei lapjes met een emotionele lading, eventueel voorzien van geborduurde data en/of namen moest het worden. Elk exemplaar zou daardoor uniek zijn. De rokken konden zelfs geregistreerd worden (voorzien van een stempel en een nummer), maar moesten dan wel aan bepaalde criteria voldoen. Meer dan 4000 vrouwen hebben gehoor gegeven aan het initiatief van Mies Boissevain-van Lennep. Dit aantal is gebaseerd op het aantal geregistreerde rokken. Er zullen zeer waarschijnlijk ook niet geregistreerde rokken gemaakt en gedragen zijn. In al hun verscheidenheid leken de rokken toch op elkaar. Filosofie hierachter was dat je standsverschillen niet zou moeten kunnen zien: "Eén dracht maakt eendracht".

Om de symboliek te versterken, werd er zelfs een nationale feestrokkenlied geschreven. Om de rok te promoten, reisde Mies niet alleen heel Nederland door, maar ging er zelfs voor naar de Verenigde Staten.

 

                                                                                    

 

De criteria waaraan het kledingstuk moest voldoen om als nationale feestrok geregistreerd te kunnen worden.

Kleurrijke lapjes moesten zodanig op een oude rok bevestigd worden, dat niets meer van de oude stof te zien zou zijn; wederopbouw en saamhorigheid verbeeldend. De zoom moest bestaan uit naar boven gerichte, gelijkbenige en van effen stof gemaakte driehoeken. Op de driehoek middenvoor moest de datum 5 mei 1945 geborduurd worden. Op de andere driehoeken was plaats voor andere belangrijke data waarop de rok gedragen werd. Ook konden er medailles e.d. opgespeld worden. Veel vrouwen hebben hun nationale feestrok, bevrijdingsrok of Oranjerok tijdens het 50-jarig regeringsjubileum van koningin Wilhelmina in augustus 1948 gedragen. Er was zelfs een defilé waarbij meer dan 1000 vrouwen het bijpassende lied voor de koningin zongen.

De rok van Adrienne Minette Boissevain-van Lennep is te zien in het Verzetsmuseum in Amsterdam. De rok van haar dochter Annemie in het Rijksmuseum, eveneens in Amsterdam.

    

       

Terug